Wim Poelman

Leven en werken van Wim Poelman

Wim Poelman is zoon van kleermaker Bernard Poelman, geboren in Arnhem (Klarendal), in een zeer arm milieu. Moeder werd weduwe toen Bernard drie jaar was. Bernhard was de enige zoon van de vier die in staat was voortgezet onderwijs te volgen en hij koos voor het toen booming vakgebied elektrotechniek. De elektrische verlichting werd in die tijd grootschalig geïntroduceerd. Helaas, hij kwam niet door de selectie en koos toen maar voor kleermaker, dat toen nog een vakgebied was waarmee een goede boterham te verdienen viel. Hij vestigde zich aan de Lange Poten in De Haag waar zijn bedrijf uitgroeide tot een van de topbedrijven in Nederland. Hij kleedde diverse ministers, Wim Kan en Toon Hermans.

Gedurende de tweede wereldoorlog functioneerde het bedrijf zo goed mogelijk door. De hongerwinter werd doorgebracht in Groningen en na de oorlog kon een doorstart gemaakt worden op basis van een gevestigd bedrijf en een gezin met inmiddels vijf kinderen. Een van de eerste wapenfeiten na de oorlog was de geboorte van Wim Poelman (1948). Helaas, de tijden werden er niet gemakkelijker op. Moeder Truus werd chronisch ziek en de ziektekosten waren in die tijd nog niet zo goed geregeld. Bernhard kon nauwelijks het hoofd boven water houden en het gezin moest verhuizen van een luxe woning in Leidschendam naar het atelier aan de Lange Poten. Truus stierf op 39 jarige leeftijd als moeder van een gezin met zes kinderen.

Wim was toen vier en werd regelmatig uitbesteed aan ooms en tantes. Bernard hertrouwde met de hoofdcoupeuse van het bedrijf, Rini. De relatie van Rini met het gezin Poelman was al langer intensief. Het was bij haar ouders dat het gezin de hongerwinter doorbracht. Rini nam genereus de verantwoordelijkheid voor het gezin over. Samen met Bernard kwamen er nog twee kinderen.

Het werd erg druk op de vierkamerflat waar het gezin inmiddels naar was verhuisd. Inmiddels had Bernard de zaken weer op orde, ondanks de spectaculaire teruggang van de kleermakersbranche. Gevestigde kleermakers hadden inmiddels baantjes als portier of politieagent. Bernard had zijn onderwijsdiploma’s gehaald en had een baan aan de vakschool voor mode en kleding in Den Haag. Voorts was de vierkamerflat gevestigd boven een gloednieuwe winkel voor herenmode waarvan Bernard oprichter/eigenaar was. Het atelier an de Lange Poten werd aangehouden. Enkele jaren later vestigde Bernard junior zich daar. Nog steeds hangt tegenover Nieuwspoort het bord Bernard Poelman Maatkleding. Bernard Poelman Junior is in 2011, twee jaar na senior, overleden, maar echtgenote Rita en medewerkers zetten het bedrijf voort. Voor Wim is de Lange Poten zijn ouderlijk huis. De Haagse binnenstad is zijn domein waar hij met broer Ben over de daken klom en voetbalde op het binnenhof. Nog steeds bezit Wim een woonboot bij het Rijswijkseplein.

In 1959, ongeveer gelijk met de verhuizing naar de Theresiastraat werd Wim toegelaten op internaat St. Louis in Amersfoort. Daar deed hijnde zesde klas van de lagere school en Mulo A + B met middenstandsdiploma. Vanaf het internaat volgde Wim de avonturen van lievelingsbroer Ben. Hij werd uitgezonden naar Nieuw Guinea en kwam teug met een berg aan cadeaus voor Wim. Speren en een vuistbijl. De vuistbijl heeft Wim honderden keren getoond bij colleges over de geschiedenis van het artefact. Tot de grote brand bij de faculteit Bouwkunde in Delft (2008).

Bij zijn terugkeer van het internaat in 1964 volgde Wim HBS B aan het Aloysiuscollege in Den Haag. De Theresiastraat was inmiddels rustiger geworden. Diverse kinderen waren uitgevlogen. De studiekeuze was niet moeilijk. Bernard senior wilde dat hij ingenieur werd, want dat was hem niet gelukt, maar zelf wilde hij naar de kunstacademie. De gloednieuwe opleiding Technische en Industriële Vormgeving in Delft was het redelijk alternatief.